Belastingaangifte 2017 – voor als de belastingaangifte tegenvalt – vraag het aan mijnonlinebelastingadviseur

Valt de uitkomst van de belastingaangifte tegen? Daar zijn verschillende redenen en vaak is er wat aan te doen.

Hoe meer je verdient, hoe meer belasting je moet betalen.

Gewijzigd inkomen

Je inkomen is gewijzigd doordat je afgelopen jaar van baan bent gewisseld of je hebt een loonsverhoging gekregen? Door deze wijzigingen, kan het zijn dat de hoogte van je belastingteruggave lager uitvalt.

Minder aftrekposten 

Posten waar je voorgaande jaren een bedrag voor kon terugvragen zijn dit jaar vervallen of minder. Voor verschillende fiscale voordelen geldt een inkomensdrempel, hierdoor kom je niet altijd meer in aanmerking voor een teruggave. Een voorbeeld: wanneer je nog studiefinanciering ontvangt, mag je geen studiekosten meer aftrekken. Dit maakt je teruggave aanzienlijk lager.

Algemene heffingskorting is ieder jaar lager 

Algemene heffingskorting is een korting op de belasting die je moet betalen over je inkomen. Wanneer je niet zoveel verdient krijg je meer korting dan wanneer je veel verdient. De Belastingdienst wil iedereen ongeveer hetzelfde percentage aan belasting laten betalen. Was de heffingskorting van 2016 nog € 1.047, in 2017 is de heffingskorting over de belastingaangifte maar € 902, als je na 1962 bent geboren.

In 2024 vervalt de uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner. De fiscus bouwt de regeling sinds 2009 af.

Eenmalige uitkering of bonus

Het kan zijn dat in de voorlopige teruggave geen rekening is gehouden met inkomsten uit een bonus of eenmalige uitkering voor berekening van je algemene heffingskorting. Oftewel de voorlopige teruggave was te hoog. Je krijg heirdoor minder geld terug van de Belastingdienst of je moet bijbetalen.

Lagere hypotheekrenteaftrek

Heb je je hypotheek overgesloten en betaal je een lagere rente? Dan wordt de hypotheekrenteaftrek ook lager.

De maximale hypotheekrenteaftrek is verder beperkt naar 50%. Een half procent minder dan in 2016. Dat lijkt niet veel, maar voor de mensen met een hoog inkomen en een hoge hypotheek kan dit veel uitmaken.

Voor het eerst pensioen

Veel gepensioneerden krijgen na hun eerste pensioenjaar een onaangename verrassing: ze moeten belasting bijbetalen. En voorheen hoefde dat niet? Dit komt door het progressieve belastingstelsel. De instanties die je pensioen uitkeren, houden inkomstenbelasting in op je pensioen. Bijvoorbeeld: jaarlijks krijg je € 10.000 aan pensioen van een pensioenfonds, dit fonds houdt rekening met een inkomen van € 10.000. Die € 10.000 wordt volledig belast in de eerste belastingschijf van 18,65% (tarief voor AOW’er), er wordt € 1.865 ingehouden.

Tweede belastingschijf

Naast dit pensioen krijg je ook AOW. Stel dat de Sociale Verzekeringsbank (SVB) jaarlijks € 14.000 aan AOW uitkeert. Dat bedrag valt ook volledig in de eerste belastingschijf, de SVB zal daarover 18,65% belasting inhouden. Over je hele inkomen wordt 18,65% belasting geheven. Als je beide bedragen bij elkaar optelt, dan is je inkomen € 24.000. De eerste belastingschijf loopt tot € 19.982. Dit betekent dat een deel van je inkomen in de tweede belastingschijf moet worden belast. Het tarief in de tweede schijf is 22,9%. Omdat de SVB en het pensioenfonds het pensioen hebben belast alsof dit het enige inkomen was, hebben zij te weinig ingehouden. Je moet dan - in dit voorbeeld - ongeveer € 200 bijbetalen.

Met de opgeschoven AOW-leeftijd naar 65 jaar en 9 maanden is de rekensom nog ingewikkelder: een deel van het jaar val je in het hoge, een andere deel in het lage tarief, zie de tabel.

Tarieven box 1, schijf 1 en 2 als u in 2017 de AOW-leeftijd bereikt

In 2017 kunt u in de maanden januari, februari en maart niet de AOW-leeftijd bereiken.

Tarieven box 1, schijf 3 en 4 als u in 2017 de AOW-leeftijd bereikt

Zorgkosten

Als je ouder wordt, geef je waarschijnlijk meer geld uit aan zorg. De meeste zorg wordt vergoed door de ziektekostenverzekeraar, maar niet alles. Deze niet-vergoede kosten mag je vaak van het inkomen aftrekken. Denk aan kosten voor een kroon of een gebitsrenovatie, fysiotherapie, logopedie, mondhygiënist, diëtist en oefentherapeut.

Let wel op de drempel. De hoogte van die drempel hangt af van het verzamelinkomen. Alleen de zorgkosten boven de drempel zijn aftrekbaar. Deze aftrekpost wordt steeds verder beperkt. Het kan dus zijn dat je daardoor minder terugkrijgt dan vorig jaar.

Inkomensafhankelijke zorgpremie

De premie voor de zorgverzekeringswet (ZVW) is een verraderlijke post. Als je in loondienst bent, betaald de werkgever deze. Maar wanneer je met pensioen gaat en geen werkgever meer hebt, moet je de premie zelf betalen. Net als ondernemers en andere zelfstandigen. In 2017 bedroeg de ZVW-premie 5,4% van je inkomen in box 1 (waaronder inkomen uit werk, pensioen en lijfrente valt).

De ZVW-premie doet het voordeel dat AOW’ers hebben van lagere belastingtarieven gedeeltelijk teniet.

Typefout in aangifte

Valt de belastingteruggave tegen en is niet één van bovenstaande redenen van toepassing? Controleer de aangifte dan goed. Een typefout is zo gemaakt.

Veel succes met het invullen van de belastingaangifte. Kun je wel wat hulp gebruiken, maak nu een afspraak en doe de aangifte samen met een van onze consulenten. Het is niet duur en het gaat echt gemakkelijker dan je denkt. Kijk op mijnonlinebelastingadviseur.nl voor meer informatie.

‘Wat is er prettiger dan zeker te weten dat de belastingaangifte goed is gedaan!’
> meer artikelen <